studiedag 11 (11 februari 2019)

De kracht van de kwetsbare leider

Op de 11e studiedag van de missionaire specialisatie voor predikanten nemen Oeds Blok en Liesbeth van Tongeren ons mee op een ontdekkingsreis naar ons leiderschapsprofiel. Ze doen dit aan de hand van het materiaal dat S.P. Walker ontwikkelde in “The Undefended Leader”.

De training was er niet een in vaardigheden die een leider nodig heeft. Geen kneepjes van het vak, maar een duik in je verleden omdat je levensbiografie een belangrijke invloed heeft op wie je als leider bent. Zo werd het een studiedag met een uniek kijkje in je eigen geschiedenis. Het werd een waardevolle dag. Vreemd genoeg had was leiderschap op geen enkele manier een thema in onze theologische opleiding en voorbereiding op het predikantschap. Je moest goed de Bijbel uit kunnen leggen en overtuigd zijn dat je geroepen was om predikant te worden. Men ging er kennelijk van uit dat je daarmee genoeg in de mars had om voorganger te zijn.

Grondverhaal is in de gepresenteerde visie op leiderschap is het verhaal van Adam en Eva (theologie van de angst). Adam en Eva verbergen zich en God stelt de vraag: waar ben je, laat je zelf zien, neem je verantwoordelijkheid. Elk gedrag heeft een logica naar buiten toe: je zoekt je veiligheid. Je zoekt je zelfbehoud, laat dingen wel en niet zien.

“Niet verdedigend zijn als leider is vrij genoeg zijn om helemaal beschikbaar te zijn in de situatie waarin je bent, zonder compromis door angsten, twijfels of de noodzaak van zelfbehoud.” (De vrijheid waarover S.P. Walker beschrijft deed mij denken aan wat Henri Nouwen schrijft in zijn boekje “Open uw hart” over gastvrijheid.)

In het schema hieronder zie je hoe je in vier stadia kunt ontwikkelen van een verdedigende stijl naar een vrije stijl van leiding geven. Belangrijk uitgangspunt hierbij is om de dag te ontvangen als een gave (open) en niet als een recht (gesloten).

Leiderschap is de activiteit – welke activiteit dan ook – die anderen dieper leidt naar het volle menszijn: wat hen in staat stelt om het leven dat zij, als een uniek persoon binnen de geschapen mensheid, hebben ontvangen te aanvaarden en daarvoor verantwoordelijkheid te nemen.

Om de weg naar vrijheid te begrijpen, moeten we eerst de architectuur van ons ego begrijpen, want het is ten diepste ons ego dat we verdedigen.

Hiernaast zie je in een schema wat opvoeding met je doet als leider. De rode x omschrijft hoe je je opvoeder(s) vroeger hebt ervaren.

Hieronder volgen de tekeningen van vier landschappen die verbeelden hoe de vier leiderschapsego’s er in de praktijk uitzien elke keer met een beschrijving van de kracht en de valkuil.


kracht:
optimisme en kansen zien
valkuil:
problemen willen oplossen ipv bij de ander te blijven in pijn.


kracht:
motivatie om veel gedaan te krijgen
valkuilen:
presteren, weinig genieten van succes (falen voorkomen).

Controleren en gebrek aan delegeren, geen diversiteit.
Risico vermijden (falen voorkomen).

kracht:
gevoeligheid voor de ander, gewetensvol
valkuilen:
aanpassen voor bevestiging
volgend, niet leidend, mensen aan boord houden
nzekerheid verbergen en behoefte aan liefde ontkennen
geven(identiteit), niet ontvangen.


kracht:
liefde en zorg
valkuilen:
weinig vertrouwen in anderen en in jezelf,

kwetsbaar van binnen.
Weinig ruimte voor vrijheid en partnerschap

long walk to freedom

Met het oog op het eigen leerproces krijgen we de vraag mee welke stap we zouden willen zetten op de “long walk to freedom”. Belangrijk is daarbij de bron van erkenning: God is voor ons, niets zal ons kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer. Deze bron van erkenning geldt voor onszelf maar we mogen onderweg als leiders daarin ook anderen bevestigen.

Advertenties

Preekpost 10 februari 2019

Zondagmorgen 10 februari 2019

Op zoek naar huizen van vrede

Bijzonder is het dat Lucas twee keer vertelt dat Jezus zijn leerlingen erop uitstuurt op het Koninkrijk van God te verkondigen. Eerst zijn het de 12 in hoofdstuk 9 en daarna maar liefst 72 andere leerlingen in hoofdstuk 10. Het getal 12 is in de bijbel nauw verbonden met het volk Israël, zij zijn de eersten die recht hebben op de boodschap van de doorbraak van Gods Rijk in Jezus die de beloofde Messias is. Maar het is van meetaf duidelijk dat Gods missie zich via Israël richt op heel de wereld. Uit alle volken wil Hij mensen binnenbrengen in Zijn Rijk door het geloof in Jezus de Christus.

De 72 leerlingen staan voor 72 volken en herinnert aan Genesis 10 waar staat dat de er 70 (of 72) volken in de wereld zijn. Zelf is Jezus onderweg naar Jeruzalem waar Hij zijn werk op aarde zal volbrengen. Onderweg gaat Hij zijn leerlingen erop uitsturen. De boodschap van Gods Rijk moet de wereld in. Alle volken moeten het horen!

Jezus geeft deze leerlingen mee dat ze als lammeren zijn onder de wolven. Het is geen ongevaarlijke onderneming. Ze zullen op weerstand stuiten. Het beeld van wolven doet denken aan mensen die vooral aan zichzelf denken – roofzuchtig en ten koste van anderen – terwijl de boodschap van het Koninkrijk te maken heeft met het brengen van vrede.

Vrede is een prachtig en diep woord in de bijbel, het heeft te maken met het herstel van relaties en in de kern is dat waar het in Gods Koninkrijk om gaat: verzoening met God en met elkaar. Daar heelt het leven zich, wordt heil ontvangen.

De leerlingen moeten op zoek naar huizen waar die boodschap verwelkomd wordt. Met andere woorden, Jezus geeft aan dat er echt mensen zijn die op vrede zitten te wachten. Nee, niet iedereen en als je niet welkom bent dan hoef je daar ook niet in te investeren. Maar ga naar binnen en blijf daar waar de boodschap van vrede echt omarmd wordt.

God zorgt dat die huizen er zullen zijn, huizen van vrede waar het goede nieuws van Jezus gedeeld kan worden. Als jullie gaan zullen jullie echt op zulke plekken komen, zulke woningen vinden.

Dit maakt dat missionair werk van de kerk aan de ene kant om inspanning vraagt. Ga op zoek naar die huizen. Je vindt ze niet als je er niet op uittrekt, maar tegelijk dat het ook ontspannend is: wij hoeven mensen niet tot de vrede van God te bewegen. God zelf zorgt dat er openheid is om Zijn boodschap te ontvangen.

Blijven in dat ene huis betekent ook dat er dus geïnvesteerd mag worden in één persoon of één gezin in plaats van in een hele straat of wijk. Die ene persoon kan weer een deur zijn naar andere mensen uit de wijk die bij hem over de vloer komen.

Zou er in jouw omgeving misschien ook zo’n huis zijn waar jij de vrede van Christus mag delen en waar die vrede omarmd wordt? Hoe zou je dat huis kunnen vinden? Begin maar eens om daarvoor te bidden en bewust ook over de vloer te stappen bij mensen die Jezus niet kennen met een verlangen daar vrede te brengen.

Lezen Lucas 10:1-24

studiedag 10 (28 januari 2019)

leiderschap in (missionaire) veranderingsprocessen

De eerste periode van de studie zijn we vooral bezig geweest met vraagstukken rond missiologie (‘wat is nu eigenlijk zending?’) en ecclesiologie (‘wat is nu eigenlijk de kerk?’). De focus komt nu meer te liggen op leiderschap.

Robert Doornenbal neemt ons mee in hoe we als persoon bij kunnen bijdragen aan leiderschapsprofessie. Hoewel je als leider ambtsdrager bent gaat het in leiderschap ook echt om professie, om ambacht.

Allereerst laat Robert zien dat er is in kerkelijk leiderschap veel is veranderd:

  • van heroïsch naar post-heroïsch
  • van bescherming naar kwetsbaar (je bent niet meer beschermd)
  • van positie-gezag naar verdiend gezag (gaat via relaties)
  • van taak naar gemeenschap
  • van directief naar ‘empowering’
  • van doel naar reis
  • van aspiratie naar inspiratie

De term leiderschap verwijst naar dialogische processen van visievorming (inclusief discernment = onderscheiding), spirituele vorming, cultuurvorming en structuurvorming binnen een christelijke gemeenschap.

Deze processen helpen individuele participanten, groepen en de gemeenschap als geheel om adaptieve veranderingen aan te gaan die nodig zijn om georiënteerd te raken of te blijven op de missie waartoe we ons geroepen weten.

De focus ligt deze studiedag op de cultuurvorming. Robert loopt met ons verschillende culturen bij langs waaraan je wilt werken in een christelijke gemeenschap en voorziet elke cultuur van een hele lijst met vragen die we onszelf met het oog op de vorming van deze cultuur kunnen stellen. Bij elke cultuur zal ik twee van de vragen die hij ons meegaf noemen.

  • een biddende cultuur
    • welke rol speelt gebed in jouw team(s)?
    • welke rol speel je daar zelf in?
  • een verwachtingsvolle cultuur
    • waar merk je iets van een levende verwachting in jouw gemeente?
    • wat stel je jezelf voor bij een verwachtingsvolle cultuur?
  • een gavengerichte cultuur
    • hoe helpen we gemeenteleden om hun gaven / hun passie te ontdekken en te ontwikkelen?
    • laten gemeenteleden zien dat ze zich mede-eigenaar (medeverantwoordelijk) voelen voor wat er gebeurt?
  • een helende cultuur
    • is jouw gemeente een veilige omgeving voor mensen?
    • hoe goed kennen gemeenteleden elkaar en delen ze hun leven met elkaar? (eerlijk / open / kwetsbaar)?
  • een gastvrije (vrijgevige) cultuur
    • is er bereidheid om iets van het eigen comfort in te leveren om mensen te ontmoeten waar ze zijn?
    • hoe worden gasten of nieuwe leden geholpen hun plek te vinden?
  • een evenwichtige cultuur
    • hoe evalueer jij de verhouding tussen hoofd en hart en handen en jouw gemeente?
    • merk je een gezonde (=spanningsvolle) balans tussen traditie / stabiliteit enerzijds en innovatie / verandering anderzijds?
  • een lerende cultuur
    • wordt de omgeving / culturele context in de gaten gehouden en grenzen overgestoken om relaties aan te gaan?
    • zijn de leidinggevenden zelf actief betrokken in leerprocessen?

Het stellen van deze vragen helpt om te ontdekken wat er nodig is om in de gemeente te te werken aan het vormen van deze culturen. In de praktische uitwerking gaat het dan om het bouwen aan vertrouwen. Vertrouwen wordt gebaseerd op observeerbaar gedrag, o.a. voorspelbaarheid (betrouwbaarheid, ethisch verantwoordelijk); eerlijkheid; capaciteit (vaardigheden, resultaten).

We krijgen handige tips aangereikt om hiermee in de praktijk aan de slag te gaan:

  • wat bouwt vertrouwen op
    • wees betrouwbaar, consistent, proactief
    • wees aanspreekbaar en verantwoordelijk;
    • geeft fouten eerlijk toe
    • stel eventuele problemen aan de orde
    • bevestig mensen waar mogelijk
    • deel relevante informatie
    • betrek belanghebbenden bij besluitvormingsprocessen
    • luister zorgvuldig
  • wat breekt vertrouwen af?
    • communicatieproblemen (roddel, informatie achterhouden, inconsistent communiceren, veel negatieve feedback / kritiek geven)
    • fouten rondom fouten (toedekken; anderen beschuldigen, etc.)
    • exclusiviteit (bijv. cliques)
    • besluitvorming: eenzijdige besluiten / top-down
    • ‘politieke’ spelletjes
    • verrassingen
    • eigenbelang voorrang geven boven groepsbelang
    • scheve machtsbalans (macht = combi van enabling en constraining)

In de intervisiegroepen krijgen we de opdracht om met het oog op de kerkelijke gemeente die we dienen na te gaan wat we zien gebeuren op het terrein van: visievorming, spirituele vorming, cultuurvorming en structuurvorming en wie daar dan een belangrijke rol in spelen.

Een vervolgvraag is om te kijken op welk terrein aandacht nodig is en hoe je daar dan aan zou kunnen werken. Voor mij ligt het speerpunt op het terrein van cultuurvorming waarbij te denken valt aan het versterken van de gemeenschap vanuit de gedachte dat er zoveel verschillende meningen en overtuigingen zijn. Hoe zorg je dat er voor iedereen ruimte is, zonder dat iedereen hetzelfde moet denken en vinden? Dit betekent ook dat het in de gemeente niet kan gaan zoals iedereen het wil, maar dat je dat dan met elkaar kunt dragen vanuit de diepe verbondenheid met elkaar in Christus.

Tot slot van deze dag nog een paar boeken die Robert in zijn verhaal aanhaalde. Het zijn er maar drie, de tafel lag vol met nog veel meer boeken.

Preekpost 3 februari 2019

zondagmorgen 3 februari 2019 (hulpverleningszondag)

“Geven jullie hen te eten…”

Als jij dat nu eens gaat doen? Die vraag komt ons niet altijd van pas. Je weet dat er tijd in gaat zitten, dat het je inzet gaat kosten en liever dat een ander dat doet. Je kent dat vast wel. Die neiging om weg te kruipen voor verantwoordelijkheden. Wat komt het goed uit als iemand anders opstaat. Ik ga daar toch niet vooraan staan? Je vraagt mij wel, maar daar ben ik niet geschikt voor. Sorry, maar je moet maar een ander vragen.

Geven jullie hen te eten! Jezus geeft zijn leerlingen een onmogelijke opdracht. Er zitten wel 5000 mensen en er zijn maar 5 broden en 2 vissen. Toch aarzelt Jezus niet. Hij deelt een opdracht uit waarbij iedereen zou reageren zoals de leerlingen reageren: dit is echt niet te doen!

Het is nog niet eens de tijd en de inzet, ook niet dat ze het niet zouden willen. Maar dit kan gewoon niet. Waarom stelt Jezus die vraag dan toch? Wat wil Hij ons hiermee laten zien?

Allereerst: Jezus volgen betekent dat je ook ingeschakeld wordt voor het werk in Gods Koninkrijk. Dat betekent letterlijk ook de handen uit de mouwen naar die mensen toe die ons nodig hebben. Een glas water voor een dorstige, een kledingstuk voor wie naakt is, een bezoekje aan een gevangene. Jezus zegt dat als je zulke dingen doet, ze aan Hem doet.

In die hongerige, in die mens in nood, in die gevangene moeten wij leren Jezus te zien. Hem dienen betekent de handen uit de mouwen naar deze mensen.

Wat we ook leren: het komt niet aan op de vraag of wij de mogelijkheden hebben om het te doen. Je kunt je bij de nood in de wereld nogal machteloos voelen. Hoe kunnen we ook maar iets betekenen dat tot verandering zal leiden? Voor je het weet raak je zo ontmoedigd dat je onderuit gaat hangen en het laat gebeuren zonder iets van Jezus uit te delen.

De leerlingen kwamen net van een rondreis terug waarop ze grote dingen hadden mogen doen. Overal hadden zij in Jezus naam zieke mensen beter gemaakt. Het lijkt of ze dat vergeten zijn nu Jezus hen vraagt 5000 mensen eten te geven. Aan het eind blijkt er genoeg over om nog meer mensen eten te kunnen geven. 12 Manden vol, dat is voor elke leerling een volle mand.

Geloof je dat Jezus jou kan gebruiken, dat Hij het mogelijk maakt dat jouw leven meer kan betekenen voor anderen dan jij zou denken. Je ziet maar vijf broden en twee vissen. Jezus kan er zoveel meer mee doen. Hij vraagt aan ons om uit te delen. En wat wij hebben en zijn dat kan in Zijn handen zoveel meer worden!

Dat vraagt om naar voren te komen. Niet weg te kruipen, maar de handen uit de mouwen te steken. En met open ogen te zien waar nood is om ons daar te tot hoop aan de ander te geven.

“Heer, zegen ons en onze gaven. Gebruik ons zodat ons leven in uw naam hoop mag brengen aan mensen die nu zonder hoop zijn!”

Lezen: Lucas 9:1-17

Preekpost 27 januari 2019

Zondagmorgen 27 januari 2019

Hij stelde ze als apostel aan

Gelovigen, discipelen, christenen, kerkmensen,…. er zijn heel wat benamingen te bedenken voor mensen die iets met Jezus, de kerk en de bijbel hebben. Bij elke benaming past wel een plaatje. Bij een gelovig mens denk je misschien aan iemand die een bepaalde vroomheid kent, een soort innerlijkheid van een bijzondere relatie met God. Bij een kerkmens zal het meer het plaatje zijn van iemand die op zondag de kerkdienst(en) bezoekt en misschien erg van kerkmuziek houdt. En bij een leerling zou je het beeld kunnen hebben van iemand die druk is met bijbelstudie.

Lucas heeft voor ons opgeschreven hoe Jezus zijn leerlingen zag. Al aan het begin van de tijd dat de leerlingen met Jezus optrekken roept Hij ze bij zich en stelt ze aan als apostelen. Letterlijk is dat iemand die erop uitgestuurd wordt om de stem van Zijn Zender te zijn. Je kunt daarbij misschien denken aan het plaatje van een vertegenwoordiger.

Jezus maakt zijn leerlingen vanaf het begin ervoor klaar om als Zijn vertegenwoordigers de wereld in te trekken. Of om het anders te zeggen, om namens Hem in de wereld aanwezig te zijn. Dat geeft een bepaalde dynamiek aan het leven van Jezus volgelingen. De stem, de handen, de voeten van Jezus zijn overal waar je komt en bent. Een apostel kan niet even zeggen: nu ben ik klaar met mijn taak, de klus is klaar, hier hoef ik Jezus niet te vertegenwoordigen. Op elke plek, in elke ontmoeting is de apostel er namens Jezus. Dat is een levenslange opdracht, een roeping!

We spiegelen onszelf eens aan dat woord, we belijden per slot van rekening dat de kerk een apostolische kerk is. Een kerk dus die niet alleen bij het werk van de apostelen begonnen is, maar die zich geroepen weet om overal, op elke plek en in elke ontmoeting de stem, de handen en de voeten van Jezus te zijn. Namens Hem present in de wereld.

Herkennen we iets van dat apostolische in ons eigen leven, geroepen om er in ons leven namens Jezus te zijn? De avondmaalstafel wil ons daarbij helpen. Aan de avondmaalstafel komen we niet met om aan Jezus de resultaten van onze bijbelstudie te vertellen, of de optelsom van alle uren dat we in de kerk zaten. We komen er ook niet om te laten zien hoeveel tijd we gestoken hebben in het voorbereiden van het uurtje met de kinderen voor de kindernevendienst of de catechese. Zo rekenen we nog wel eens om daarna onze vrijheid op te eisen voor onszelf. Maar een apostel ben je ook in je vrije tijd, dat is een levenslange roeping. Dat zien we aan de tafel, waar we met lege handen mogen komen die Jezus wil vullen met zichzelf. Genoeg om levenslang van uit te delen en Hem te vertegenwoordigen, waar je ook bent en wie je ook ontmoet.

In de omgang met zijn leerlingen laat Jezus hen zien hoe ze in de praktijk van hun leven apostel mogen zijn. Gezonden om Hem te vertegenwoordigen.

Lezen Lucas 6:12-16

Zondagmiddag 27 januari 2019

Laat los en je zult losgelaten worden

Je zou eens na moeten gaan hoeveel lijntjes er niet in je leven lopen waardoor je vastgehouden wordt. Als een web waarin je verstrikt kunt raken. Touwtjes die te maken hebben met dingen die mensen jou hebben aangedaan. Je blijft het ze aanrekenen en terecht want je ervaart dat je onrecht gedaan is. Tegelijk komt er geen oplossing en en zet het je vast.

De personen in kwestie hebben het misschien niet eens in de gaten dat jij als je weer langs die plek rijdt of een glimp van hem of haar opvangt je gedachten niet kunt stopzetten en gelijk weer moet denken aan. Dat je een hele nacht niet slaapt als je de naam hoort en je je er weer naar bij voelt.

Onrecht dat rechtgezet moet worden. Maar hoe? Als er geen excuus komt. Het niet uitgepraat kan worden. Jij er alleen maar last van lijkt te hebben en erdoor in de knoop zit? Aan dit soort dingen moet je denken bij die woorden die Jezus gebruikt: laat los en je zult losgelaten worden. In de NBV staat: vergeef en er zal je vergeven worden. Die betekenis kan er zeker in liggen, maar het woord betekent letterlijk: laat los! Echt vergeven kan pas als een ander bij je komt en je zijn excuus aanbiedt. Dan kun je weer ruimte maken voor elkaar.

Jezus vraagt hier niet om ruimte te maken voor elkaar, maar om je van die ander los te maken. Om jezelf niet gevangen te laten houden. Jij hebt daar last van, die ander maalt er waarschijnlijk niet eens om. Wanneer je daar wat dieper over doordenkt, dan wil Jezus je duidelijk maken dat je je niet door de boze in de luren moet laten leggen. Want uiteindelijk is hij de bron van jouw gevangenschap en vindt hij het heerlijk om jou zo in de knoop te zien.

Loslaten, ja maar hoe dan. Er moet toch ook recht…? Ja, maar recht komt er pas in de wereld als Jezus recht zal doen. Dat mag je dus aan Hem overlaten. En jij bent niet afhankelijk van die ander als het om recht gaat, maar om hoe Jezus jouw leven recht zet! Loslaten heeft iets in zich van je blik van die ander afwenden en naar Jezus kijken. En dan ervaar je dat je losgelaten wordt: Hij maakt het in jouw leven recht, nu al voor God! En de vrijheid waarin God je leven zet is meer waard dan waarin je je door anderen gevangen laat houden.

Daar komt nog wat bij. Misschien ben jij voor een ander – zonder dat je het in de gaten hebt – wel zo’n draad waarin hij of zij verstrikt is geraakt. Oordeel niet over anderen opdat je zelf niet geoordeeld wordt. Het zijn pittige dingen die Jezus vraagt, maar juist in zulke dingen is het dat we een apostel mogen zijn. Door anders te kiezen en anders te zijn in de kracht van Jezus die zich losmaakte van mensen die Hem in een strik wilden laten lopen. Hij bleef er vrij van en wil dat wij ons er vrij van maken. Zoals Jezus het zegt is het een opdracht, een keuze die je bewust moet maken om in Hem een vrij mens te zijn. Vrij van anderen om je heen door wie je nu misschien je leven nog vast laat zetten.

Lezen Lucas 6:36-38

Studiedagen 8 en 9 (11 en 12 januari 2019)

Wat wil je leren in de kerk?

download (1)Een vraag die in de kerk niet zo vaak wordt gesteld, maar die als je nadenkt over de kerk als een gemeenschap van leerlingen van Jezus best wel aan de orde mag zijn. Sake Stoppels deelt met ons deze dag leerervaringen vanuit zijn boek Oefenruimte waarin de kerk allereerst gezien wordt als gemeenschap van leerlingen van Jezus.

In de praktijk werkt het vaak anders en gebruiken we andere woorden. We hebben het dan over leden en vrijwilligerswerk. Met zulke woorden zie je de kerk allereerst als een organisatie.

Stephen Chapin Garner: “When someone enters a community of faith, the first offer of involvement should not be a task, but a learning opportunity. (vertaling: als iemand een gemeenschap van geloof binnenkomt, zou het eerste aanbod om betrokken te raken niet een taak moeten zijn, maar de gelegenheid om iets te leren.)

downloadMensen tot leerling maken betekent altijd dat zich een gemeenschap (kerk) gaat vormen. Omgekeerd is het niet zo dat een kerk altijd tot mensen tot leerlingen maakt. Dit vraagt om bewuste keuzes de wijze waarop je leiding geeft. In de kerk mag het leerproces worden getoetst aan de vraag naar de leeropbrengst. Om hieraan te werken is niet de vraag wat doen we allemaal en hoe doen we dat het belangrijkste, maar de vraag: waarom doen we dit.

Uit onderzoek blijkt hoe belangrijk ouders, voorgangers, gemeenschappen waar je deel van uitmaakt, naast bepaalde auteurs en het bezoeken van conferenties of evenementen van belang zijn voor je vorming als leerling van Jezus.

Sake Stoppels reikt ons aan dat het te overwegen zou zijn om in de gemeente iedereen aan te sporen op twee plekken leerervaring op te doen. Naast het deelnemen aan de eredienst meedoen aan bijv. een kring of actief zijn in toegewijde taak. Dat helpt om verder te komen in het leren ofwel het beoefenen van het gaan op de weg van Jezus.

Hieronder volgen 9 kenmerken van het leerling zijn:

  1. leren van Jezus is ten diepste leren leven 
  2. leren is iets anders dan deelnemen aan kerkelijke activiteiten 
  3. leren van Jezus veronderstelt gemeenschap 
  4. leerling zijn is oefenen in ontvankelijkheid: niet welke plannen hebben wij, maar welke plannen heeft God voor ons.
  5. leerling-zijn zet ons op het spoor van een Tegenstem 
  6. leerling zijn zet ons op het spoor van groei 
  7. leerling zijn maakt ons tot verenigde mensen; hierbij gaat het vooral om de bewuste aanwezigheid als leerling op de plaatsen van ons werk en leven in de samenleving. 
  8. leerling zijn maakt ons tot mensen met discipline
  9. leren van Jezus is niet vermoeiend 

Sake geeft mee dat het belangrijk is om het aspect van leren bewust te formuleren in de missie van je kerk. We zijn er om telkens weer te leren hoe we in voortdurend veranderende omstandigheden de weg van Jezus kunnen gaan.

Belangrijk voor de voorganger daarbij is dat hij zich ervan bewust is dit leerproces gaande te houden. Leerling zijn is belangrijker dan lid zijn. Ook zal een voorganger steeds moeten nadenken welke taal geschikt is om het verlangen op te wekken om te leren.

Bezoek aan de Nieuwe Kerk in Utrecht

’s Avonds brengen we een bezoek aan de Nieuwe Kerk in Utrecht. We ontmoeten daar de voorgangers van deze gemeente Lydia Kansen en Dirk de Bree. In de jaren 90 van de vorige eeuw was het onzeker of deze gemeente nog toekomst had. Er is toen ingezet op gebed onder leiding van ds. Wim Bouw. Vandaag is het een groeiende en levende gemeente van vooral jonge mensen. Nog altijd is gebed een hele belangrijke factor voor het gemeente-zijn. De groei is zo groot dat er moet worden nagedacht over dubbel diensten of zich naast de Nieuwe Kerk nog te vestigen op een andere plek in de stad.

img_3968Missie

De Nieuwe Kerk is een gemeenschap van Jezus Christus waar mensen thuiskomen, God eren en bouwen aan Zijn Koninkrijk.

Zo verwoordt de gemeenschap van de Nieuwe Kerk zijn missie. Lydia en Dirk delen met ons de uitdagingen van de gemeente. Omdat het vooral jonge mensen zijn is de uitstroom en de instroom enorm groot. Er wordt vanuit de leiding dan ook bewust nagedacht wat de gemeente graag mee wil geven aan haar leden in een periode van ongeveer vier jaar om als ze daarna zich ergens anders vestigen dat wat geleerd is in te zetten in die gemeente. Dit past bij het bewuste formuleren van een leerprofiel waar Sake Stoppels eerder die dag op wees.

We nemen deel aan een gebedsmeditatie rond de gelijkenis van de verloren zoon. Onderweg nemen we de verschillende posities van de zonen in om ook bij onszelf te zoeken naar momenten dat we ons van God afkeerden of een ander Gods genade niet gunden. Daarna bidden we in drietallen heel persoonlijk voor elkaar.

Zaterdag – eerste ontmoeting met de kerkenraden

Vier keer tijdens de studie komen ook de kerkenraden naar Hydepark in Doorn om mee op te trekken in het studietraject. Van onze kerk waren Stoffel Flikweert van Kerk naar Buiten en Cor Vlot namens de kerkenraad aanwezig.

Het werd een zeer inspirerende dag. Na de opening in de kapel deelde Rene de Reuver met ons het belang van de aandacht voor missionair kerk-zijn. Daarmee komt de kerk bij haar roots: we zijn uit zending geboren om ons voor Gods missie in te laten zetten.

Hierna moeten alle voorgangers die aan de studie deelnemen in 1 minuut een presentatie van hun gemeente geven. Een hele kunst om in 1 minuut een paar kenmerkende dingen van je gemeente te vertellen.

Nynke en Wim presenteren op basis van een onderzoek van Rob Warren naar zeven kenmerken van een gezonde kerk. Dit onderzoek is in Engeland uitgevoerd in een district waar de meeste kerken in aantal afnamen, maar een aantal niet. Het valt op dat het bij alle kenmerken om kwaliteit en niet om kwantiteit gaat. Aan voorgangers en kerkenraden werd gevraagd bij elk kenmerk een score op te schrijven en daar na de presentatie over door te praten.

  1. Bezield door geloof – het gaat in de kerk om echt geloven in relatie tot de dagelijkse praktijk;
  2. Een naar buiten gerichte blik – de kerkgemeenschap is meer gericht op geven dan ontvangen;
  3. Zoeken naar wat God wil – hierbij is een belangrijk statement: wij hebben onze plannen, maar belangrijker is Gods plan met ons.  De kerk heeft een roeping van Godswege;
  4. Kosten van verandering onder ogen willen zien – het mag wat kosten als God roept om een weg in te slaan die niet het oude patroon bevestigt;
  5. Functioneren als een echte gemeenschap – de kerk bestaat niet uit losse gelovigen die elk wat doen, maar gaat zijn weg als een familie waarbij samen wordt opgetrokken;
  6. Ruimte scheppen voor iedereen – iedereen is welkom en wordt geholpen om te gaan participeren in de gemeente;
  7. Beperken tot een paar taken en die goed doen – de paar dingen die goed moeten gebeuren vormen de basis: de kerkdiensten, het pastoraat,  beheer en de administratie. Liever minder goed doen dan meer dingen doen en die afraffelen.

Met de eigen kerkenraden bespreken we de score en waarom we de score gegeven hebben. Op basis van de cijfers krijgt elk kenmerk een gemiddelde. Dit leverde al mooie gesprekken op. In de middag werden die gesprekken verbreed door met de kerkenraden van de voorgangers die in ons intervisiegroepje zitten verder door te praten. Daar kwam ook aan de orde aan wel “missionair project” we de komende tijd aandacht aan hopen te geven.

Vanuit onze gemeente hebben we daar ingebracht hoe het werk van KLiK gelooft en de betrokkenheid op de Haarwijk kan worden versterkt. Dit is op het pad van de gemeente gekomen als antwoord op het gebed voor de wijk. We denken daarbij meer aan iets naast de gemeente dan iets binnen de gemeente. Waarbij de gemeente vooral ondersteunt, meebidt en zegent!

Er ontsponnen zich mooie en betrokken gesprekken vanuit de kerkenraden, in ons geval een Gereformeerde kerkenraad uit Noordeloos en een hervormde kerkenraad uit Alblasserdam.  Een dag vol inspiratie, actief en betrokken bezig zijn. Bij het naar huis gaan was iedereen het erover eens dat het een goede en zinvolle dag is geweest! De presentatie van de zeven gezonde kenmerken worden nog gemaild om ook thuis met de hele kerkenraad samen met de Commissie Kerk naar Buiten nog eens over door te praten.

Preekpost 13 januari 2019

preekpost zondagmorgen 13 januari 2019

Redding breekt door…

Wat een gedoe de afgelopen week rond die Nasville-verklaring. En wat vinden we er binnen en buiten de kerk allemaal wat van. Moet je het eens zijn of oneens zijn? Volgens de opstellers word je in elk geval in het hokje niet christelijk neergezet als je niet zomaar meekomt in de standpunten die gehanteerd worden.

Standpunten staan een ontmoeting in de weg. Jezus kiest nooit voor standpunten. Hij kiest wel voor een stevige positie maar nooit voor standpunten. Hij bewandelt de weg van liefde zoals God zijn volk oproept om de weg van de liefde te gaan. Liefde naar God en naar elkaar. Daar waar die liefde bewandeld wordt breekt de redding door!

Over redding gesproken, wat is dat eigenlijk? We worden zondag meegenomen naar twee ontmoetingen die Jezus heeft. In beide gevallen brengt Hij genezing. Een melaatse ontvangt van Hem een gave huid. Een verlamde kan van zijn bed opstaan en lopend op zijn eigen benen weer zijn weg gaan.

Jezus maakt nogal een verschil in hun leven. Je kunt er soms jaloers naar kijken. Kon dat ook vandaag maar, dat je met je ziekte of je handicap Jezus kon opzoeken en Hij een wonder voor je zou doen. Dan hadden de dokters geen werk meer.

Toch gebeurt hier meer dan een wonder van genezing. De redding zit een laagje dieper. Voor de melaatse betekent het: ik ben weer welkom onder de mensen en ik kan weer naar de tempel. De weg naar God en naar mensen wordt voor Hem geopend. Als God mensen maakt voor een leven in relatie met Hem en met elkaar, dan was die weg voor deze melaatse afgesneden: onrein. Door Jezus verandert dat en gaat de weg naar God en naar de ander open. Daar herstelt zich het leven.

Bij de tweede man is het wonder een aanvulling op wat Jezus zegt: je zonden zijn je vergeven. Ook hier gaat het niet zomaar om een wonder. Maar wordt iemand weer welkom geheten in Gods kring in het ontvangen van vergeving.

Jezus herstelt wat de zonde op alle mogelijke manieren veroorzaakt. Relaties gebroken, mensen die elkaar niet meer kunnen en willen bereiken. Zolang je blijft letten op standpunten en of het wel klopt kan die redding er nooit zijn. De Nashville-verklaring zou ik daarom nooit ondertekenen. Het staat in de weg om elkaar bij Jezus te brengen zoals die vrienden deden. En als het op redding aankomt: Hij staat stevig genoeg om uit de weg te ruimen wat nodig is om God terug te brengen in ons leven. Alle ruimte voor Hem die welkom heet.

Lezen Lucas 5:12-26