preekpost 8 december 2019

zondagmorgen 8 december 2019 – 2e advent

God belooft rechtvaardigheid

Onrecht ervaren is verschrikkelijk. Zeker als je daarbij je eigen onmacht opmerkt tegenover machtige instanties of mensen die zoveel invloed hebben dat jij daar nooit tegen opgewassen bent. Deze week was het debat over wat er rondom toeslagen allemaal wel niet fout is gegaan bij de belastingdienst en welke schade door dit onrecht is toegedaan aan gezinnen. Soms met als gevolg dat mensen hun huis moesten verkopen. Mensen die geen kwaad in de zin hadden werden door de overheid – de overheid van een rechtsstaat – als fraudeurs gekenmerkt.

Hoe ziek gaat het er vaak niet aan toe in de wereld. Onrecht is van alle tijden. Mensen met macht en geld denken dat de wereld van hen is en ze alles kunnen maken om hun domein nog groter te maken en hun macht nog meer uit te breiden. Dat kwetsbare mensen daar de dupe van worden daar willen ze niks van weten. Ook Nederland wordt ingezet om met spookadressen bedrijven hier te huisvesten om zo belastingen te omzeilen. Allemaal tot eigen voordeel.

De profeet Micha moet als een klokkenluider zulke praktijken in zijn dagen aan de orde stellen. En dat niet in een rechtstaat, maar onder Gods eigen volk Israël. Ze zouden beter moeten weten. God had dit volk juist de opdracht gegeven op te komen voor het recht van rechtelozen. Om zo in de wereld een licht op te steken! Hoe anders was de praktijk.

Irritant trouwens zulke profeten. Die wil je liever de mond snoeren. Ze zeggen dingen die raak zijn maar die je niet graag hoort. Het raakt je in je manier van leven. Het hakt erin als jij wordt aangeklaagd. God is toch liefde? Hij is toch een en al geduld? Hij zal toch zijn eigen mensen niet laten zitten? We willen hier vooral prettig bij elkaar zijn, liefst met een hapje en een drankje. Dan moet die profeet maar liever buiten de deur blijven. Hij verstiert het allemaal.

Het is die klokkenluider die zijn mond moet houden. Straks ligt alle vuil van het bedrijf op straat en gaat het imago er helemaal aan. Ja, dat imago willen we vooral graag overeind houden, ons eigen imago. Dat we daarmee het imago van anderen buiten beeld proberen te krijgen, vinden we niet zo belangrijk.

Micha had geen prettige rol te vervullen, maar wel een noodzakelijke rol. Patronen doorbreken die het onrecht in stand houden. En die daarmee de taak waar God zijn volk voor wil gebruiken onmogelijk maken: een plek te zijn waar heil gevonden wordt, waar recht gedaan wordt vooral aan hen die kwetsbaar zijn. Micha laat zien hoe vrouwen en kinderen slachtoffer werden van de praktijken van de grote mannen die in de nacht hun plannen beraamden om de volgende dag hun bezit nog groter te maken.

De echte doorbraak komt als God zelf gaat ingrijpen en een weg van heil gaat banen. Als de koning van Gods recht voorop zal gaan. We mogen in deze weken uitkijken naar Hem. In een wereld vol onrecht mag er verwachting zijn juist bij hen die de patronen van de wereld willen doorbreken in het gaan van de weg van Jezus Christus. Hij droeg aan het kruis alle onrecht om ruim baan te maken voor Gods recht en voor Gods heil.

Wie gaat in Zijn spoor zal het recht willen dienen door oog te hebben voor wat zwak is en profetisch kritisch zijn op wat in de wereld soms zo gewoon gevonden wordt. Waar de koning van het recht gediend wordt zal in Zijn spoor heil gevonden worden en zal de inzet tegen vele praktijken in voor hen zijn die aan het onrecht ten onder dreigen te gaan. Dan krijgt Christus gestalte in ons.

Lezen Micha 2

Studiedag 24 (25 november 2019)

Apologetiek – waarde en beperking

Op de 24e studiedag krijgen we les van Rene van Woudenberg, analytisch filosoof. In het kader van het nadenken over onze context houden we ons vandaag bezig met de vraag of er redelijke argumenten zijn voor het bestaan van God. Omdat we onderweg in het missionair veld mensen tegen komen die op deze manier zich met geloofsvragen bezighouden. 

Rene van Woudenberg won de prijs voor de KHMW essay-wedstrijd in het NRC die moest gaan over de vraag: Is er ruimte binnen de wetenschap voor religie? Uit de reacties die de NRC op dit essay kreeg bleek dat er een grote gespreksbehoefte is over dit onderwerp.


God bestaat, er is bewijsGod bestaat, er is bewijs

Het is niet irrationeel om de wereld te verklaren met het bestaan van God, betoogt René van Woudenberg. Het komt voort uit de rationele nieuwsgierigheid die de wetenschap in vuur en vlam zet.
NRC 12 oktober 2018 om 15:51download
Rene van Woudenberg is hoogleraar Geestesweten-chappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Rene van Woudenberg betoogt dat je de orde in de wereld goed kunt verklaren vanuit het theïsme. Het is God die gezorgd heeft voor de orde in deze wereld. Volgens Rene gaat het dan echt niet om het inpluggen van God in de gaten van ons kennen. Voor de wetenschap is het bijna onmogelijk om een verklaring te geven voor de orde in deze wereld. Natuurkundigen geven bij het beoefenen van de wetenschap aan: wij ontdekken orde in de wereld. Dit is afwijkend van de bewering van Kant dat wij zelf de orde op de wereld drukken. 

Denkoefening: bestaat God
Sommige theologen zeggen: je moet niet willen spreken over de vraag of God bestaat. We kunnen God niet zien. Maar dat geldt ook voor andere zaken. Zien is geen conditie voor bestaan. We stellen onszelf de vraag of in de vier volgende uitspraken bestaan telkens hetzelfde betekent:

  • de Minister President van NL bestaat
  • Elektronen bestaan
  • Een even getal tussen 4 en 8 bestaat
  • God bestaat

Wordt hier steeds hetzelfde bedoelt met bestaan?
Het eerste wat opvalt is dat het telkens andere onderwerpen zijn: een functionaris, de beste verklaring van verschijnsel (een theoretische entiteit), een getal en God. De metafysische aard van deze objecten is zeer divers. Ze hebben zo’n radicale aard, waardoor het woord bestaan een andere betekenis lijkt te krijgen. Maar klopt dit?

Wat beweer je als je zegt dat iets bestaat. Je zegt daarmee dat het aantal daarvan niet 0 is. Er is een relatie tussen bestaan en getal. Ontkenning van bestaan is affirmatie van het getal 0. Daarmee kunnen we concluderen dat bestaan in de 4 beweringen dezelfde betekenis heeft.

Apologetiek
Veel apologetische discussies gaan over de vraag of op een zinnige manier beweerd kan worden dat God bestaat. Is dit een houdbare uitspraak en is die uitspraak te verdedigen tegen bepaalde kritiek. 

Als je denkt over kritische bezwaren over het christendom, wat zijn dan de meest pressende vragen? 

  • waarom / lijden? – probleem van het kwaad
  • ik merk niks van God – ervaring 
  • teleurstelling in mij als gelovige
  • wonderen
  • zwarte geschiedenis (kruistochten / seksueel misbruik)
  • ik heb God niet nodig
  • God is projectie

Deze bezwaren hebben niet heel veel met wetenschap te maken: uitgezonderd “ervaring”.  Rene laat aan de hand van een voorbeeld zien dat het zou kunnen zijn dat je elke dag van God wel iets merkt zonder dat je het in de gaten hebt. Je hoeft de zoon van de burgemeester niet te kennen om hem wel gezien te hebben. Je kunt de 9e van Bruckner horen zonder te weten dat dit de 9e van Bruckner is. Dit gaat om object-perceptie en feit-perceptie. Je bent je er niet van bewust dat je ooit iets van God hebt ervaren, maar je leeft en je blijft in het bestaan. Dat is Gods omgang met de wereld. Je hoeft het niet zo te beleven, maar vanuit chr. geloof is het zo dat je onophoudelijk iets van Gods werkelijkheid ervaart.

God en toeval (zie bijlage)

Soms wordt gezegd dat het bestaan van toeval aantoont dat er geen God is. Rene van Woudenberg laat ons aan de hand van zes verschillende noties van toeval zien dat het bestaan van God hiermee  compatibel is.  

  1. Gods bedoeling wordt niet doorkruist als er toeval is omdat we vooraf iets wat gebeurt niet konden weten.
  2. Als twee dingen gebeuren die los van elkaar staan wil dat nog niks zeggen over Gods regering, maar het zegt ook niet dat die er niet is. 
  3. Een kwantumsprong is niet te berekenen maar valt wel binnen een bepaalde tijdstermijn te verwachten. Hier is sprake van toeval omdat er geen  noodzakelijke voorwaarden van fysische aard zijn. Ook in dit geval betekent dat niet dat je de conclusie kunt trekken dat God niet zou bestaan en dit buiten zijn regering zou vallen.  
  4. Ons bestaan is niet noodzakelijk, in die zin dat de evolutie een andere afslag had kunnen nemen. Dus is het bestaan van de mens toevallig. Ook hier geldt dat deze gevolgtrekking niet zomaar gemaakt kan worden. Als het onvermijdelijk zou zijn dat wij bestaan, dan hadden we niet hoeven worden geschapen. We zijn er dankzij Goddelijk optreden. 
  5. Natuurlijke selectie is geen doelgericht proces, het heeft geen doel in gedachte. Ook niet de mens als kroon van de schepping. Dit is volgens Dawkins een keihard argument tegen God. Aan de hand van het voorbeeld van een “gistingsproces” ontdekken we dat dit proces niet het maken van bier nastreeft als doel. Het heeft geen doel in zichzelf. Een bierbrouwer maakt gebruik van processen die geen doel in zichzelf hebben. God kan processen die geen doel in zichzelf hebben instrumentaliseren om doelen te bereiken. 
  6. Mutaties zijn toevallig, zonder voordeel voor de mutant. Een theist heeft hier mee geen probleem omdat het niks zegt over Gods regering. 

Dit een poging om een objectie serieus te nemen door het begrip toeval serieus te nemen. Daarmee heb je de angel uit de kritiek gehaald. Niks gezegd wat het geloof ondersteunt dat God regeert. Maar wel aangetoond dat de objectie als zodanig geen standhoudt om te beweren dat God niet bestaat. 

grenzen van de wetenschap
We kunnen dingen weten op basis van wetenschappelijk onderzoek, maar lang niet voor alles is wetenschappelijk onderzoek nodig is. Bijv. “we weten dat het waar is dat je een belofte moet nakomen” – dat komt niet uit wetenschappelijk onderzoek, maar op basis van een bepaalde reflectie. We weten dat Amsterdam de hoofdstad van Nl is, maar dat weten we niet op basis van wetenschappelijk onderzoek. Er is ook kennis op basis van evidence, ervaring, reflectie en getuigenis. 

Waar haal je de rechtvaardiging vandaan dat je zegt: ik weet dat God bestaat. Je hoeft dat niet wetenschappelijk te bewijzen. Niet alle kennis wordt verkregen langs de weg van de wetenschap.

Er zijn dingen die we kunnen kennen, zonder dat er wetenschappelijk onderzoek aan ten grondslag ligt. Zo weten we bijvoorbeeld dat vier geen priemgetal is. Relevantie hiervan voor ons: als we geloven in God en daar dingen van weten dan speelt wetenschap daarin geen enkele rol. Dat is niet erg, omdat het voor heel veel andere dingen ook geldt dat we het niet weten via de wetenschap. 

Voor zover wetenschap kennis geeft, geeft ze ons propositionele kennis: het is weten dat. Iets is waar of niet waar. Maar niet van alle kennis kun je zeggen dat het om waar of onwaar gaat. Er is ook “knowlegde by acquaintance”:  vertrouwdheidskennis. Bijvoorbeeld dat je weet hoe een peer smaakt. Dat weet je proefondervindelijk. Gaat om ervaringsweten. Vanuit omgang opgedaan. Dit is geen wetenschappelijke kennis. De wetenschap geeft propositionele kennis. 

Dit is bij chr. geloof een belangrijk aspect: vertrouwde omgang met God. Omgaan met God is wat anders dan waarheden over hem te kennen te kunnen geven. KENNEN

Wil je wetenschap beoefenen dan moet je aannames doen die niet wetenschappelijk te bewijzen zijn en ook niet geschikt zijn voor wetenschappelijk onderzoek: vooronderstelling. We veronderstellen bijv. orde. Niet dat we de orde kennen / weten. We gaan er wel van uit dat er een orde is. We veronderstellen dat we in staat zijn om kennis van de wereld te verwerven op grond van de vooronderstelling van orde die er in de wereld is. 

Geregeld wordt christenen verweten dat ze in het geloof uitgaan van vooronderstellingen. We kunnen concluderen dat dit niet erg is omdat dit in de wetenschap dagelijks gebeurt.

preekpost zondag 1 december 2019

zondag 1 december – 1e advent

God belooft vrede

Is er ooit een tijd geweest dat er werkelijk vrede was. Je moet dat woord dan horen als een breder woord dan alleen geen oorlog. Zelfs dan is het de vraag of er ooit een tijd geweest is van vrede. De inzet van wapens en de wapenindustrie om ervoor te zorgen dat je het gevecht met de ander aan kunt gaan zijn er altijd geweest. Maar vrede in de bijbel gaat om meer: vrede met God, vrede met de ander, vrede met de schepping en vrede met jezelf. Waar vind je dat? Hoe kom je daaraan? Is het geen utopie om te denken dat er echt vrede kan zijn?

We leven toe naar kerst en dan valt zo’n woord als vrede snel. Even leven we in die roes rond de dagen van kerst. Wat zou het mooi zijn als die vrede werkelijkheid kon zijn. De profeet Micha mag van die vrede vertellen. Hij zegt zelfs dat er een tijd komt dat alle wapens zullen worden omgevormd tot dingen als een ploeg of ander nuttig instrumentarium. Maar in elk geval tot iets waarmee we elkaar geen kwaad meer zullen doen.

Maar denk niet dat Micha de werkelijkheid wat mooier inkleurt dan hij is, zoals wij dat wel eens geneigd zijn te doen in deze dagen van het jaar. Hij spreekt van vrede terwijl de situatie guur is en vrede ver te zoeken. Jeruzalem wordt als stad van de vrede aangewezen, maar voor het zover is wordt de stad eerst ontvolkt en verwoest. Een stad van slachtoffers van geweld, van wrede wegvoering in ballingschap. Een stad die in handen valt van de grote machthebber in die dagen die de wereld onder zijn voeten kapot maakt. Micha is geen mooiweerprater alsof dat allemaal wel mee zou vallen. De kleuren van Gods toekomst steken schitterend af tegen de gure en zwarte kleuren van zijn dagen. Het valt niet mee. Vrede komt er maar de weg daarnaar toe gaat door het oordeel heen.

Zicht op vrede, vrede met God, met elkaar, met de schepping en met onszelf is iets van de laatste dagen. Dat wil zeggen het gaat om de tijd die God laat aanbreken. Het gaat om vrede die mensen niet zelf teweegbrengen. Achter de vrede die Micha mag verkondigen gaat het geheim schuil van Gods eigen ingrijpen in de wereld. Vrede moet je ontvangen als een geschenk dat vanuit Jeruzalem – de stad van de vrede – de wereld ingedragen wordt. Door Hem die de koning van deze stad is, de vorst van de vrede: Jezus Christus.

De vrede die Hij brengt raakt al die relaties. Het geheim is verzoening, zoals we dat ontvangen en vieren aan de tafel. Die vrede mag ons vandaag al regeren als geschenk van de toekomst waarin die vrede alles zal vervullen. Tot op de dag dat die vrede ten volle zal doorbreken is Gods zoektocht naar hen die slachtoffer zijn van geweld. Om hen binnen te brengen – door Jezus – in Zijn koninkrijk!

Laten we de vrede van Christus ontvangen en elkaar met de vrede van Christus dienen en zo vredestichters zijn als mensen die dankzij Jezus Christus de laatste dagen al toebehoren. Dat maakt dat we niet pessimistisch in het leven staan, maar realistisch en vol verwachting. Het leven is niet vredig, maar we mogen wel leven onder de belofte dat Gods vrede werkelijkheid is in Jezus en werkelijkheid zal worden door Hem.

Lezen Micha 4

Namaakgoden van deze tijd: de verleiding van het succes

Veel mensen lezen de waarde van hun leven af aan het succes dat ze hebben. Dat maakt dat er een enorme druk op het leven ligt. Je moet kunnen laten zien dat je meedoet en meetelt. Cijfers, diploma’s, scores. Het geheim van succes is dat je gezien wordt, dat er met je gerekend wordt, dat je wat in te brengen hebt. Madonna zegt ergens dat ze weet dat ze iemand is door haar optredens, maar dat het een voortdurende strijd is om ook iemand te blijven. Anders zou haar waarde tot niets teruglopen.

Waar haal jij de waarde van je leven vandaan? Ga je daarvoor af op jouw succes? In de Bijbel lezen we het verhaal van Naäman. Een militair van groot gewicht. Een man die belangrijke successen had behaald voor zijn koning. Als het over Naäman ging dan hoorde je succesverhalen. Deze man was van waarde voor de koning, maar daar ontleende Naäman dan ook zijn eigenwaarde aan. Zo keek hij naar zichzelf. Succesvol, dat betekent ik doe echt mee! Tot die rotziekte hem letterlijk op de huid komt, die ziekte die alles stuk maakt. Die van hem een outsider maakt. Hij kan niet eens meer naar de koning toe, het paleis is voor hem gesloten. Alle medailles hangen er nog maar het zegt allemaal niks.

Naäman ontdekt dat het leven anders in elkaar zit. De waarde is niet wat hij kan leveren en hoe de mensen hem zien. Maar de waarde is wat God van zichzelf laat zien. Daarvoor moet hij stapje voor stapje van zijn imago af. Het slavinnetje stuurt hem naar het land van de vijand. De koning wil hem niet helpen. In die tijd werden goden vooral gezien als degenen die heulden met de machtigen van het land. Dus wilde je dicht bij de god van het land komen, dan moest je bij de koning zijn. Maar zo Israëls God niet. Zijn inner circle is niet het paleis van de koning. God heeft niks met machthebbers en succesnummers.

Waarde ontvang je in je leven als je ontdekt dat God je ziet. Dat Hij je wil kennen. Je leven een nieuwe kans wil geven waarbij het niet meer gaat om jouw succes, maar of je door Hem gekend bent. Naäman wordt niet door de profeet, maar opnieuw door een knecht naar de Jordaan gestuurd. Ga maar kopje onder. Hoe vernederend is dat. Niks jezelf laten zien, niks je diploma’s op tafel leggen, niks van je medailles of het geld waarmee je het gemaakt hebt. Maar jezelf afleggen om jezelf opnieuw te vinden en het leven als een geschenk uit Gods hand.

Dan gaat het niet meer om imago en om je eigen koninkrijk van succes. Maar is het een geschenk dat je deel mag uitmaken van Gods Koninkrijk. Niet wat jij presteert maar wat God presteert en hoe Hij jou en mij daarin een plekje wil geven, dat maakt het leven waardevol. Dan hoef je geen successen te tellen om jezelf te laten zien, maar mag je wijzen op de overwinning van Jezus. In dagen van voorspoed en als het tegen zit blijft de waarde van je leven hetzelfde. Die is namelijk bepaald door hoe God jou in Jezus ziet: als Zijn geliefde. Jij bent voor Hem Zijn eigen zoon, al zijn liefde waarde. Dan valt elk succes dat ik heb in het niets en wordt de druk van het leven afgehaald. Leven is leven uit genade.

Lezen 2 Koningen 5:1-19

preekpost zondag 24 november 2019

zondagmorgen 24 november 2019 – zondag van de voleinding

Stenen die spreken

We zeggen wel eens dat als de stenen konden spreken ze heel wat verhalen zouden vertellen. De voetstappen die over de stenen heengegaan zijn, de eeuwen door. Voetstappen van zoveel verschillende mensen. Er zijn in de wereld talloze stenen die weliswaar niet de verhalen vertellen, maar die wel herinneringen willen vasthouden. Je vindt die stenen op de begraafplaatsen. Stenen met namen van dierbaren. Soms nog helemaal niet oud. Anderen op hoge leeftijd. Stenen met zorg uitgekozen waarin je de liefde kunt zien voor de persoon die hier begraven ligt. Stenen die vertellen van gemis. Er is op die plek iets van serene rust. In de stilte komen de verhalen tot leven. Even lees je de naam van hem die je thuis niet meer aanspreekt.

Jakob richt zo’n steen op voor zijn lieve vrouw Rachel. Ze kan nog niet heel oud zijn als ze komt te overlijden tijdens de bevalling van haar zoon die Benjamin genoemd gaat worden. Zou Jakob ook wat op de steen gezet hebben? In elk geval was het een geladen plek, met dierbare herinneringen. Een plek waar je de pijn voelt van het gemis. Waar in de gedachten de mooie momenten terugkomen van wat je samen mocht beleven. Jakob zou in het programma “ik mis je” bij een bakje koffie aan je vertellen hoe verliefd hij wel niet op Rachel was geworden toen hij haar de eerste keer zag. En hoe oneerlijk het leven is dat hij juist haar zo jong moest kwijtraken en Benjamin zonder zijn eigen moeder moest opgroeien.

Het was niet de eerste steen die Jakob in zijn leven overeind zette. In de geschiedenis die we zondag lezen wordt verwezen naar nog een andere steen. De steen waarop Jakob toen hij vluchtte zijn hoofd had neergelegd om te slapen. Waar God hem in een droom opzocht. De steen die vertelde van God de Almachtige die trouw is en niet loslaat. Die in Zijn genade deuren opent waar voor mensen geen hoop meer lijkt te zijn.

De ene steen wijst naar wat er onder ligt.
De andere steen wijst naar wat van boven kwam.
De ene steen vertelt van haar die was.
De andere steen vertelt van Hem die is.
De ene steen is die van het verlies.
De andere steen vertelt van hoop.

Eeuwen later gebeurt er weer iets met zo’n steen. Nu een weggerolde steen op de dag van Pasen. Jezus die dood was, maar leeft. Die steen vertelt van Gods oneindige liefde. Wie de stem van deze Levende hoort mag weten, zelfs als de dood scheiding brengt. Niets zal ons van die liefde kunnen scheiden. Dat geeft hoop ook voor hen die we moeten missen en bij wie we juist op de laatste zondag van het kerkelijk jaar mogen stilstaan. We noemen hun namen in het licht van die Ene Naam. Hen die het leven verloren in het licht van Hem die zelf het Leven is in Zijn overwinning op de dood. Dat mag ons troosten in het missen.

Lezen Genesis 35:6-20

Studiedag 23 (11 november 2019)

Missionair preken (deel 1)

Afbeeldingsresultaat voor Ciska stark

In het kader van de vraag hoe communiceren we nu gaan we dit lesjaar drie keer aan de slag met missionair preken onder de bevlogen leiding van Ciska Stark (specialist op het gebied van de homiletiek) en Paul Visser (missionair predikant verbonden aan de Noorderkerk in Amsterdam en eveneens verbonden aan Areopagus van de IZB dat toerusting biedt aan predikanten op het gebied van contextueel missionair preken.

Afbeeldingsresultaat voor Paul Visser

Paul deelt met ons op existentiële wijze wat het voor hem betekent om als missionair predikant te werken in de context van de Amsterdamse Grachtengordel. Je moet iets van God hebben vernomen om het vol te houden. De werkelijkheid van de Amsterdamse context is ook die van de Schrift. God krijgt geen voet aan de grond sinds Gen. 3. Niet bij de volkeren, die in grote meerderheid zijn. Maar ook in Israël verliest Hij het. Ondanks zijn investeringen loopt het uit op scheiding. God zet het niet met geweld naar zijn hand. God is liefde die niet kapot te krijgen is. Bij liefde hoort ook toorn, anders gaat het nergens over. Waar wij ons vergrijpen aan God is Hij bezig zich met ons te verzoenen. Hij duikt op als de Opgestane. Zo gaat het Koninkrijk: Hij duikt op, onverwacht en ongezocht. 

Dit betekent dat je als predikant niks in handen hebt. Hij laat zich vertrappen maar geeft niet op. In dat spoor wordt je als predikant geroepen. Dan is het nodig dat je steeds weer geraakt moet worden door de Levende die opduikt om het vol te houden. Er is er geen zoals Hij! Dan mag je authentiek en zelfbewust je verhaal doen. Als je niks opdringt en niets afdwingt kan iedereen het hebben. De boodschap van de Noorderkerk: als je wat van God wilt weten kun je hier terecht. Paul zet zich erop in om dingen aan te reiken die te denken geven; dat mensen instappen in de bus en dat ze door de boodschap die jij mag brengen 1 halte verder komen. Het is daarbij belangrijk dat je zelf kunt uitleggen dat de bijbel de boodschap is van de levende.

Ciska helpt ons om de theorie van het preken op te frissen. Preken begint vanuit de dynamiek van Gods beweging naar deze wereld toe. In die zin is missionair (s)preken te zien als een motiverend moment waarbij moet je het dan doen met de mogelijkheden die je hebt. Het gebeurt altijd in de homiletische driehoek: voorganger – hoorder – bijbeltekst met om zo te zeggen de open ruimte tussen de preekstoel en de hoorder als het homiletische veld.

Ciska Stark komt met de volgende definitie die ze samen met de Leede heeft verwoord:

  • de prediker is in zijn of haar dienst van het Woord en van de sacramenten getuige van de opstanding van Christus, en verkondigt het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid.
  • preken is een direct met het geleefde geloof verbonden oefening in publieke theologie (God ter sprake brengen), waarbij de prediker de Schriften van het OT en NT ontvouwt in verbondenheid met de gemeenschap van de kerk en in interactie met de hoorders van dat moment. 
  • de prediking staat onder de belofte van de Geest dat waar het Woord in geloof ontvangen en gedeeld wordt, het leven van mens en samenleving zich opent en ontvouwt naar Gods toekomst. 

Als we kijken naar Paulus, dan zou je kunnen zeggen dat hij de volgende missionaire rethorica gebruikt:

  • hij begin bij de hoorders
  • hij gaat dialogisch te werk
  • zijn preken hebben vaste elementen (heilsgeschiedenis, aanwijzen van Gods werk)
  • afwijzing van gedrag of praktijken maakt deel uit van zijn prediking
  • en zijn appel vloeit altijd voort uit de werkelijkheid van de opstanding

10 aspecten van missionaire prediking

  • mystagogische kwaliteit (mensen meenemen naar de kern van het mysterie van het geloof)
  • in toegankelijke meerlagige taal (relationele taal)
  • situationeel, contextueel (differentieer voor jezelf, hoe werkt dit uit voor die, die of die hoorder)
  • samen met hoorders, dialogisch (dialoog inbouwen in monoloog om Schrift weer Viva Vox te laten worden) 
  • in het leven betekenisvol, relevant (‘so what’ als tegenwerping maken, waar zit de relevantie > dit vraagt om concretisering)
    • vanuit de Schrift zelf laten opkomen
    • vanuit de traditie waar het betekenis heeft gekregen
    • vanuit de vraag naar de plausibiliteit
    • vanuit de ervaring (hoe deal je daarmee)
  • op het hart van het geloof gericht: Christus Koninkrijk
  • Niet maakbaar, in geestkracht (afwachten in de nacht na het zaaien)
  • authentiek (de manier waarop je ik ter sprake komt|)
  • inleidend en uitnodigend (Ciska verwees hierbij naar het onderzoek van Theo Pleisier)
  • richting en doel: toerusting. (wat beoog je)

feedback geven
In de middag gaan we aan de slag om feedback te geven op elkaars preken. We deelden allemaal een preekfragment op papier. In alle kwetsbaarheid gaven we daarbij in twee groepen , elk onder leiding van een van de docenten van deze dag, reflectie op elkaars manier van preken. Het was mooi om elkaar op die manier te helpen.

preekpost zondag 10 november 2019

zondagmorgen 10 november 2019

Een feestelijke optocht

Eens in de twee jaar was er op het dorp – nog geen 500 inwoners – waar ik naar school ging een groot feest. De straten werden versierd. Er kwam een tent te staan op het veld waar een week lang allemaal activiteiten plaatsvonden. De aftrap van het feest was een optocht achter het plaatselijke muziekkorps aan. We mochten dan verkleed meelopen in de hoop dat de jury jou eruit pikte als de mooiste creatie.

Als ik aan een optocht denk, dan hoort dat zeker bij feest. Maar ik zou het niet zo snel verbinden met God. Dan is er eerder sprake van een zaal waar je zit op een stoel of een bank en soms even zit of staat. Vanmorgen treffen we wel een heuse optocht, voorafgegaan door muziek. De optocht gaat over de muren van de stad die nog maar net weer helemaal hersteld zijn.

Wat een feestelijk gezicht. Tot in de wijde omtrek is de muziek te horen. En iedereen heeft zich klaargemaakt. Er is gepoetst en geschrobd, alles ligt er keurig bij. De mooiste kleren zijn aangetrokken. Je zou kunnen zeggen dat is de buitenkant. En terecht want deze muren waren niet de muren van zomaar een stad die mensen hadden gebouwd. Het was met Gods hulp dat het gelukt was de stad te herstellen en deze stad droeg Zijn naam. Hier stond Zijn huis. De reiniging die voltrokken werd was dan ook niet alleen de buitenkant, de mensen maakten zich ook met hun hart klaar voor deze dag. Wonen in deze stad en horen bij deze stad kon alleen dankzij het offer van vergeving. Bij God wonen was alleen mogelijk dankzij het offer waardoor God het leven van mensen met zich wil verzoenen.

In het Nieuwe Testament blijkt dat deze stad de afbeelding is van de nieuwe hemel en aarde. We lezen dan in de Openbaring dat in deze stad het Lam – Jezus Christus de Gekruisigde en Opgestane – zelf het licht is. Het zal daar nooit uit onze gedachten zijn dat we het leven te danken hebben aan wat Hij voor ons gedaan heeft door zijn leven te geven aan het kruis.

In een feestelijke optocht wordt de stad als het ware aan God opgedragen. Dit is niet onze plek, dit is de stad van onze Heer, de God van Israël. In de muziek en in het lied wordt Zijn naam groot gemaakt. Niet de stenen maken de stad sterk, maar Gods troon. Een troon die volgens de psalmen voor God wordt opgericht als wij Hem de lof toezingen. Wat een feest! De optocht gaat links en rechtsom in twee groepen over de muren. En dan ontmoeten ze elkaar bij de tempel. Alsof God de hele stad omarmt en het maakt opnieuw tot Zijn plaats.

Als het om die blijdschap gaat hebben wij vaak de neiging om te wachten tot het ons overkomt. Hier wordt het min of meer georganiseerd. Lopen over de muur is letterlijk lopen over wat God heeft bewerkt. En dat op de muren van de stad met in het hart van die stad Gods eigen huis. Hier mag alles spreken van Hem. Door in optocht te gaan, muziek te maken en te zingen komt dat binnen in de harten. En het leidt tot enorme dankbaarheid in het geven van de gaven die nodig zijn om al die muzikanten, zangers, priesters en Levieten te voorzien in hun levensonderhoud.

Als deze stad beeld is van de wereld zoals God die nieuw zal maken, dan mogen wij leren om deze wereld voor Gods troon te brengen. De eredienst is de plek waar dat mag gebeuren. Wij vinden een optocht daarvoor misschien niet zo passend. Drama en dans moesten maar niet in de kerk volgens onze vorige synode. Toch zie ik het hier voor mij gebeuren en nog wel tot glorie van de Heer. Denkend aan de stad die komt – waar God alles en in allen zal zijn – mogen we feestvieren voor Hem, mogen we Zijn stad al vieren, en ons erin oefenen om met ons leven Hem groot maken.

Lezen Nehemia 12:27-43

Studiedagen 21 en 22 (28 en 29 oktober 2019)

Doelgroepdenken – Motivaction

Afbeeldingsresultaat voor motivaction

In het kader van de analyse van onze context gaat het de eerste ochtend twee zonovergoten studiedagen op het prachtig Hydepark over doelgroepdenken. Willemijn Bot en Machteld de Vos van het bureau Motivaction laten ons zien welke mentality-groepen je tegenkomt in onze samenleving. Als je als kerk missionair wilt zijn dan is het goed om je te bedenken met welke verschillende groepen mensen je te maken hebt en hoe je daar in je communicatie mee omgaat.

We hebben allemaal een test gedaan die duidelijk maakt in welke groep we zelf thuishoren. De meesten van ons – inclusief ikzelf – kwamen uit bij de postmaterialisten. In het schema hieronder zie je de verschillende groepen ingedeeld naar de waarden die de groepen hanteren en de status die ze in de samenleving bezitten.

Motivaction gaat niet uit van de sociodemografie, maar van de waarden omdat die in het leven van mensen het minst veranderen. Het waardenpatroon wordt gevormd in de formatieve periode van het leven en houdt ook in roerige tijden over het algemeen stand. Gedrag en opinies zijn veel meer aan verandering onderhevig evenals levensstijl die mede bepaald worden door mode en trends.

postmaterialisten
Hierbij een voorbeeld van het profiel van de postmaterialisten. Ze staan postmodern in het leven. Het zijn maatschappijkritische idealisten die zichzelf willen ontplooien stelling nemen tegen sociaal onrecht en opkomen voor het milieu. Ze zoeken naar betekenisvol en zinvol leven, zijn betrokken op de maatschappij en geïnteresseerd in politiek (vaak wat links georiënteerd). 

Zingevingsprofiel:

  • staan bewust en kritisch in het leven
  • beschouwend ingesteld met uitgesproken mening
  • uitgesproken over religie
  • afkeer van hedonisme
  • openheid naar andere culturen
  • actief bezig met individuele zingeving  en (nieuwe vormen van) spiritualiteit
  • maar ook grote maatschappelijke betrokkenheid
  • kiezen voor inhoud, los van promotie en uiterlijk

Op de site van Motivaction worden alle 8 mentality-profielen beschreven. Hieronder zie je ze heel kort toegelicht.

Gerelateerde afbeelding

kerkgangers
Van de kerkgangers zijn er 27% die horen tot de groep traditionele burgerij (vooral de ouderen vallen onder deze groep). Deze groep profileert zich aan de hand van plichtsgetrouwheid, status en tradities. 21% van de kerkgangers valt onder de groep nieuwe conservatieven, zij profileren zich als liberaal conservatief, behoren tot de maatschappelijke bovenlaag, en maken gebruik van de technologische ontwikkeling. Ze zijn geen voorstander van sociale en culturele vernieuwing.

Hoe zoek je aansluiting bij de verschillende mentality-groepen?
Je kunt dit het beste doen door aan te sluiten bij de waarden. Dat betekent dat je rekening moet houden met de drie hoofdgroepen die er in de waarden te onderscheiden zijn.

  • de traditionele richting: hier komt het aan op behouden
  • de moderne richting: hier komt het aan op raken
  • de postmoderne richting: hier komt het aan op fascineren

Bewustwording
In de intervisiegroep krijgen we de opdracht om hier met het oog op de praktijk in de eigen gemeente over door te praten. We constateren dat het goed is om je bewust te zijn van al die verschillende manieren waarop mensen in het leven staan. En dat het goed is om te bedenken welke instrumenten (behouden / raken / fascineren) nodig zijn om met de verschillende groepen effectief te communiceren. Tegelijk deelden wij ook de mening dat het evangelie ook altijd iets in zich heeft van een kritisch tegenover.

monastiek: anders missionair

Afbeeldingsresultaat voor egbert van der Stouw

Egbert van der Stouw, verbindend specialiste monastiek kerk-zijn, neemt ons op maandagavond mee in de wereld van de monastiek. Hij laat ons zien hoe monastiek ook missionair kan zijn. Aan de hand van Dirk de Wachter en Paul Verhaeghe, twee kenners van de psyche, laat hij eerst zien hoe er een grens is aan het begrijpelijke en bereikbare. Juist aandacht voor het mystieke helpt om te ontsnappen aan het objectiveerbare en meetbare.

In West Europa noemen veel mensen zichzelf wel spiritueel, maar niet religieus. Ze geloven wel iets, maar horen nergens bij. Hij ontleent dit aan een scriptie van Erick Pickerill die voor de christenheid in het westen een uitdaging ziet om deze seculier gelovigen tot een Godservaring te brengen. In de scriptie wordt een mystagogisch experiment beschreven dat laat zien dat mensen bewogen kunnen worden in de richting van geloof in God. Het gaat daarbij om een ervaring van God meemaken zonder dat degene die deze ervaring ondergaat dat zelf gelijk aan God verbindt, maar dat de gelovige hem daarop mag wijzen (mystagogie). God kennen is geen rationele kennis maar persoonlijke kennis of ervaringskennis (Leslie Newbigin). Het is daarom belangrijk om spiritualiteit opnieuw te ontdekken en daar vormen voor te vinden om ervaringen op te doen die als Gods ervaringen kunnen worden geduid. Als we beseffen voortdurend in de aanwezigheid van Christus te zijn hoeven we niet een al te defensieve houding aan te nemen tegenover de post-christelijke cultuur.

De genoemde masterscriptie van Eric Pickerill is hier te downloaden.

Missionair kerk-zijn onder de upper ten in Bloemendaal

Afbeeldingsresultaat voor film hier ben ik

Na de dagopening in de kapel kijken we op dinsdagmorgen eerst naar de film “Hier ben ik”. Een reportage over de kerk in Bloemendaal met een bijna intiem inkijkje in het werk van ds. Ad van Nieuwpoort en verschillende van zijn gemeenteleden. Na de Film komt Ad zelf in ons midden om met ons over de film door te praten.

Ad vertelt dat het zijn uitdaging is om aan deze zeer welgestelde mensen te laten zien dat het oude verhaal van de Schrift taal geeft aan waar zij zitten. Hij deelt met hen de boodschap van hoop, van de exodus uit het web van het leven.

We zien en horen dat in de film terug. Ook de worsteling om deze boodschap woorden te geven. Zijn taak heeft iets profetisch als hij samen met de mensen die bij hem in de kerk zitten in de spiegel van Gods Woord kijkt. Het heeft daardoor soms ook echt wel iets eenzaams zo deelt hij met ons. Waar de gemeenteleden hem onthaalden met “jij boft echt dat je bij ons predikant mag zijn”, ervaart hij het allereerst als een roeping van God. Intussen is de film, waar maar liefst zes jaar aan gewerkt is, in het dorp niet zonder effect gebleven. 60% van het pastoraat doet Ad aan mensen die niet bij de kerk horen. Hij heeft een scriba die nog niet gedoopt is en de jeugdgroep bestaat voor 30% uit jongeren die van buiten de kerk komen.

Of de boodschap ook aankomt, dat laat Ad liggen in de handen van Gods Geest. Uiteindelijk kan de verkondiging van het Woord van God alleen maar gebeuren onder de aanroeping om de leiding van de Geest. Het eigenlijke kun je niet organiseren. Wel wijst Ad erop dat zorgvuldige voorbereiding nodig is. Dit betekent o.a. dat je goed kennis moet nemen van de taal van de mensen die aan jou zijn toevertrouwd. Voor hem betekent dit dat hij bijvoorbeeld het Financiële Dagblad leest, om aan te kunnen sluiten bij de leefwereld van zijn hoorders. Ook is hij aanwezig op verschillende platforms, waaronder de Rotary. Eens in de maand nodigt Ad een bekende Nederlander uit voor een gesprek in de kerk. Dit geeft ongedachte openingen bij mensen in de dorp. Als de dominee met deze mensen in gesprek wil gaan dan zal hij dat zeker met mij ook wel willen.

Het is opvallend dat er ook mensen zijn die wel voor de preek in de kerk willen komen, maar de rest van de dienst graag aan zich voorbij laten gaan. Voor deze groep zal binnenkort een afzonderlijke samenkomst worden aangeboden.

Artikel
Het waren twee mooie en inspirerende dagen. We krijgen deze dagen verder nog wat denkwerk mee van onze opleiders voor de komende tijd. Eén van de onderdelen voor de afronding van de opleiding is het schrijven van een missionair artikel van maximaal 1500 – 1800 woorden. De doelgroep waar het artikel zich op richt zijn kerkenraadsleden. Het artikel gaat in op een van missionaire onderwerpen uit de opleiding en is toegankelijk geschreven.

Maar eens rustig nadenken waar dit artikel over moet gaan. Ik zou het mooi vinden als het lukt om iets te vinden waarin ik de opleiding met de missionaire praktijk van de gemeente kan verbinden.